Bajesklanten

Ik vis het artikel uit mijn persoonlijke archief. Het dateert uit de vorige eeuw. Het papier is behoorlijk vergeeld. De foto is nog verrassend helder. Een jonge uitvoering van mezelf kijkt me lachend aan. Naast me staat Robin. Zijn grijns is zo mogelijk nog breder.

Alle landelijke media waren uitgerukt. We waren van start gegaan met een werkintegratieproject voor jeugdige gedetineerden. Robin was ons kroonjuweel. Hij verkondigde stoer het criminele pad te gaan verlaten. Nog geen week verder zat ie weer vast. Zijn maatschappelijk succes was van korte duur geweest.   

Aan hem moest ik denken toen vorige week de kranten kopten dat ‘als bajesklanten na hun straf meteen werk vinden, ze vaak toch weer terugvallen in crimineel gedrag. Werk vinden na detentie blijkt niet de remedie waarop tot nu gehoopt is.’ Onderzoek op een specifiek project had dit uitgewezen. Op diverse internetfora haasten zich vrijwel meteen diverse andere initiatieven om het tegendeel te beweren.

Ik was betrokken bij dit project en kende de uitkomst dus al. Overigens was die uitkomst niet onverwacht. Dat verdient enige toelichting.

Jaarlijks gaan er zo’n 30.000 mensen door ons penitentiair systeem. Daar zit van alles tussen.  Van spijkerharde beroepscriminelen als Ridouan Taghi en Willem Holleeder tot en met mensen die hun eigen achternaam nogal eens vergeten, laat staan kunnen schrijven. In het onderhavige project moesten we noodgedwongen mensen nemen met zwaar getroebleerde verledens. De ‘betere’ kandidaten stroomden in andere initiatieven in. Toch hebben we doorgezet want we wilden weten of we ook voor die groep iets konden betekenen. Dan kan de uitkomst tegenvallen.

Ik hoop oprecht dat de automatische reflex nu niet is dat de minister en anderen concluderen dat het dus geen zin heeft. Maar dat ze zich realiseren dat er een enorme verscheidenheid in die groep zit. Dat het juist een aansporing is om telkens weer op zoek te gaan wat nu voor wie werkt.

In diezelfde jaren negentig van de vorige eeuw zat ik in een filosofieles. “Als je weet dat er bij een goede doelorganisatie geld aan de strijkstok blijft hangen, wat doe je dan?”, vroeg de docent. Wij  leerlingen antwoorden dat we dan zouden stoppen met doneren. “Als het doel belangrijk genoeg is, dan geef ik juist wat meer dan ik eigenlijk van plan was,” was haar zienswijze.

Je las een column van
Algemeen directeur Start Foundation