Blog Jos: Protest

Tot voor kort was het gele hesje een redelijk anoniem onderdeel van mijn motoraccessoires. Ik associeerde het met veiligheid. Nu schijn je ermee uit te drukken dat je het ergens niet mee eens bent. Waarmee de hesjes het niet eens zijn, is mij overigens niet duidelijk. Dat lijkt me toch wel handig voor een effectief protest. Ach, protesteren. Met weemoed denk ik terug aan de tachtiger jaren. Als student kocht ik regelmatig voor een prikkie een busticket. De bus bracht me naar protestmanifestaties, waar de sfeer top was. Met een blowtje in de hand luisterde je naar Gruppo Sportivo of Herman Brood. Kwam er een serieuze spreker, dan knuffelde je wat met je meisje of zocht je wat te eten. Soms ging het echt ergens om. Het hoogtepunt was ongetwijfeld in 1983 in Den Haag, toen we met zo’n 550.000 mensen lieten weten geen kruisraketten te willen. Elke week was er in die tijd wel wat te doen. Tegen de neutronenbom, tegen kernenergie, tegen de woningnood. Je moest je mening wel op straat spuien. Social media bestonden niet. Nu ik ouder ben, geloof ik meer in de kracht van vóór iets zijn in plaats van tegen iets. Daar krijg je meer positieve energie van. Zoals het woord protest eigenlijk al impliceert. Pro is voor in het Latijn en testari betekent getuigen. Dat getuigen kan, maar hoeft niet, op straat. Op social media protesteren is dan een optie. Echter, ik heb niet zo veel zin in dat gezeur van bepaalde trollen dat je er dan gelijk ongevraagd bij krijgt.

Een gebaar maken is zoveel meer zeggend. Zo ben ik voor een betere beloning voor pakketbezorgers. Door weer en wind sjouwen deze mannen en vrouwen met pakketjes die wij op internet bij de kachel bestellen. Ze krijgen een habbekrats per pakketje en maken in deze decembermaand onvoorstelbaar veel uren. Dat ze slechts een habbekrats krijgen, komt door de internetwinkels, de grote distributeurs en door u en mij. ‘Gratis bezorgd’, is het toverwoord. Maar niks is gratis, iemand betaalt de prijs. Ik heb nu een potje aan de voordeur staan met losse euro’s. Voor elk pakketje geef ik de bezorger één euro. Daarmee zeg ik dat ik voor een betere beloning ben van deze mensen. Dat ik ze zie en ze waardeer. Ik roep iedereen op die hier voor is, om ook mee te doen. Een slogan voor de actie heb ik niet. Wel een motto dat Einstein wordt toegedicht: ‘Soms betaal je het meest voor dingen die gratis zijn.’

Fijne feestdagen, iedereen!
Jos Verhoeven