Blog Jos: Rolvast

Ik zag van de week Ton Heerts op tv. Ooit was hij voorzitter van de FNV. Zoals gebruikelijk sprak hij toen in jip-en-janneketaal over misstanden in bedrijven. Ook was hij tegen zo ongeveer alles wat de positie van de trouwe arbeider met een vast contract kon bedreigen. Rolvast, zoals een goed acteur moet zijn.

Nu is hij burgemeester van Apeldoorn. En in die hoedanigheid veiligheidscoördinator van de regio. In die regio zit vleesverwerker Vion. Daar is van alles mis. De buitenlandse gastarbeiders wonen in hokken met elkaar. De uitzendbureaus waar ze voor werken, knijpen ze uit en de verantwoordelijken een oogje dicht. Niet handig in coronatijd, want besmetting ligt op de loer. Heerts zegt met een glimlach dat hij dat vroeger als FNV-hoofdman ‘slavenarbeid’ zou noemen. Als burgemeester kan dat natuurlijk niet.

Waarom eigenlijk niet? Waarom is duidelijk taalgebruik alleen voorbehouden aan mensen die dat expliciet in hun rolbeschrijving hebben staan?

“Vion en de uitzendbureaus waar het gebruik van maakt, zijn gewoon kolerelijers die schandalig misbruik van mensen maken.”

“Opzouten met die aarsfreters .”

“Affakkelen die industriële complexen van dood en verderf.”

“Wij moeten dit soort bedrijven in ons land gewoon niet willen en zeker niet in onze gemeente.”

“Pleurt op met je handel in menselijk en dierenleed.”

Dus Heerts:  Stap nu eens gewoon uit het script. Zeg onverbloemd waar het op staat. En vooral waar jij staat.