Blog Jos: Woutertje Kaboutertje

Open brief aan minister Wouter Koolmees

Beste Wouter,

Nog niet zo lang geleden vroeg je je als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid af of de principes en instituties uit het verleden nog wel passen bij de ontwikkelingen van nu en morgen. Enkele weken later stuurde je je wetsvoorstel `Arbeidsmarkt in balans’ naar de Kamer. En laat ik maar met de deur in huis vallen: je wetsvoorstel is geen passend antwoord op de door jouzelf gestelde vraag. Ik las in oktober de brochure van werkgeversvereniging AWVN `Wegwerkzaamheden, tien ideeën voor de wereld van werk’. Boeiend werkje met verstandige nieuwe ideeën. Ik lees er nauwelijks een letter van terug in jouw voorstel. Frank Kalshoven (columnist) stelde samen met lezers van de Volkskrant negentien interessante maatregelen voor in ‘Het spel en de knikkers’, en ook daarvan geen spoor in jouw plan. Jij doet wat kleine aanpassingen in proeftijdverlenging, duurder maken van payrolling, een extra flexjaar erbij, en dan hebben we de hoogtepunten wel gehad. Het lijkt er een beetje op dat je net als je naamgenoot Woutertje Kaboutertje in een trommeltje onder een kast hebt gewoond (grapje).

Eigenlijk is het geen tijd voor grapjes. De flexschil neemt onaanvaardbare proporties aan. Het aantal zzp’ers dat aan de onderkant van de inkomensgrens bungelt, is enorm. Bescherming op de arbeidsmarkt genieten nu vooral de verkeerde mensen en de sociale zekerheid deactiveert in plaats van activeert. Ondertussen groeit de zogeheten platformeconomie (Uber, Deliveroo, enz.) stevig, en die gaat voor nog meer ontwrichting aan met name de onderkant zorgen. Je reactie op de commentaren op je wetsvoorstel was veelzeggend nietszeggend. Dat bonden en werkgevers hun pijlen zijn gaan afschieten, gaf volgens jou aan dat je het dan wel goed hebt gedaan. Kennelijk is dat jouw definitie van balans. Maar daar schieten de werkzoekende en de flexkracht geen moer mee op, Wouter. Woutertje Kaboutertje gaf volgens het versje nooit last. Jij hoopt natuurlijk dat nu de bonden en werkgevers het onderling verder wel gaan regelen. Een gemiste kans.   

Wees nu toch eens een kerel. We hebben in dit land ruwweg een miljoen mensen met een uitkering. Tel daarbij op het aantal mensen dat nu nagenoeg geheel afhankelijk is van laagbetaalde flexbaantjes, dat gemiddeld na 23 maanden weer op straat staat. Dat is om en nabij ook een miljoen mensen. De eerste groep kost jaarlijks 26 miljard euro aan uitkeringen. De tweede groep doet met regelmaat een beroep op een uitkering als gevolg van tijdelijke werkloosheid en kan nauwelijks een fatsoenlijk leven opbouwen. Laten we samen een maatschappelijke onderneming oprichten die al deze mensen in dienst neemt tegen een fatsoenlijk inkomen en arbeidsvoorwaarden. Vanuit de maatschappelijke onderneming worden mensen (naar vermogen) ingezet bij bedrijven tegen een vigerend cao-loon, en de ‘inlener’ betaalt een opslag voor verminderd risico, opleiding, leegloop enzovoorts. En … jij haalt de belasting op arbeid er voor deze groep af. De maatschappelijk detacheerder is een stichting beheerd door belanghebbenden, met daarin in ieder geval de overheid, werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties. Dan stoppen we met het telkens plakken en knippen in de huidige wetgeving. Natuurlijk schreeuwen er dan mensen moord en brand die nu goed geld verdienen aan die uitwassen en een imperfecte arbeidsmarkt. Maar, Wouter, we kunnen nu eenmaal geen eitje bakken zonder de schaal te breken.

Stel je voor dat je de annalen van de geschiedenis ingaat als een minister met lef en daadkracht, die echt wat betekende voor mensen met minder kansen. De naam Wouter betekent ‘heerser over het leger’. Geen enkele reden dus voor bescheiden- of terughoudendheid. Vermorzel die kabouter in je.

Groeten van Jos en fijne feestdagen toegewenst.