De treinreis Rotterdam-Eindhoven is vaak goed voor wéér een hoofdstuk

Al twee decennia volgt Fabian Dekker (1978) de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt op de voet. Als een echte ‘stapelaar’ in het onderwijs (via havo en mbo naar hogeschool en universiteit) promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2011 op onderzoek naar de gevolgen van flexibilisering van de arbeidsmarkt voor sociale zekerheid.

Als onderzoeker bij diezelfde universiteit, maar ook die van Utrecht en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, was hij vooral bezig met fundamenteel onderzoek. “Superbelangrijk allemaal, maar ik miste de maatschappelijke relevantie. Je werk wordt beoordeeld door andere wetenschappers; of de mensen d’r wat aan hebben, is de vraag.”

Maatschappelijke betekenis

In zijn nieuwe job bij Start Foundation liggen de kaarten anders. Samen met collega Lisa Jansen gaat Fabian vooral onderzoeken wat de maatschappelijke betekenis is van de projecten waar Start Foundation jaarlijks enkele miljoenen in investeert. Komen werkzoekenden daardoor eerder en makkelijker aan werk? Helpt het ze om meer zelfvertrouwen te krijgen? De focus ligt ook op werkgevers; gaan die, aangespoord door acties van Start Foundation, inclusiever ondernemen met meer aandacht voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt?

Eigen vlees

“Ja”, beaamt Fabian. “Dat is best een behoorlijke klus.” Wat kleinere projecten gaan hij en Lisa zelf onder de loep nemen. “De rest besteden we aan bij onderzoeksbureaus, hogescholen en universiteiten. Puur vanwege de objectiviteit; we gaan niet ons eigen vlees keuren.”

Het actief uitdragen van alle impactmetingen en rapporten moet op zich ook weer voor méér impact zorgen. “Zoals door onze onderzoeken breder in te zetten in geschikte vakbladen. Want dat is ook impact. Dat degenen die met de arbeidsmarkt te maken hebben, kennisnemen van onze inzichten en anders gaan handelen. Bijvoorbeeld door projecten anders in te richten.”

Geen writer’s block

Fabian heeft een lange lijst van (wetenschappelijke) publicaties en boeken op zijn naam staan, en in zijn nieuwe baan gaat die lijst alleen maar langer worden. “Ik schrijf vrij makkelijk. Vaak in de avonduren, maar ook in de trein. Ik forens dagelijks tussen Rotterdam en Eindhoven. Dan zoek ik een stil plekje op in de trein, sla m’n laptop open en ga tikken. Met een beetje mazzel is zo’n treinreis goed voor wéér een hoofdstuk!”