Dinsdag

Ochtend

Onberispelijk gekleed zitten ze op ons te wachten. De twee jonge dames van het adviesbureau. Op pad voor een gemeente die weleens het mes zal gaan zetten in de bijstandspopulatie. En dat met name voor de mensen die al heel lang in die bijstandsbak zitten.

Thee en water drinken ze. Mooie drielettergrepige voornamen hoor ik, als ze zich voorstellen.

De financieringsconstructie heeft hun warme belangstelling. We doen echt ons best ze te helpen.

Maar de zaak wordt allengs hopelozer. Een aanpak is er niet. Het ontbreekt aan bedrijven die de mensen met open armen ontvangen. En die mensen bestaan nog niet echt uit vlees en bloed. Het zijn abstracties, opgetekend in cijfers en vage profielen.

Het valt me bij het naar buiten begeleiden op hoe slecht zelfs goede couture kan zitten als de schouders afzakken en het hoofd wat gaat hangen.   

Middag

Jan kan het maar niet geloven. Zijn ogen fonkelen als hem een tweede kopje koffie wordt aangeboden.

Hij had ons een mailtje gestuurd van een paar regels. Hij wil in gesprek met mensen die thuis op de bank zitten. Hun denkkracht gebruiken. Zelf weet hij hoe een harde kont je van zo’n bank kunt krijgen. Het leven had hem niet gespaard.

We dagen hem uit om zijn idee tot leven te wekken.

Ik doe bij het afscheid de deur voor hem open. Dat had eigenlijk niet gehoeven. Jan was er vast doorheen gezweefd.