Discriminatie

“Hierbij ontvangt u een uitnodiging van de parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving voor een openbaar gesprek.”

Zo begon de mail die in mijn inbox belandde. De afzender was de plaatsvervangend griffier van de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft een parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit anti-discriminatiewetgeving ingesteld.

“De commissie heeft besloten u uit te nodigen voor een openbaar gesprek over het domein Arbeid,” zo vervolgde de correspondentie.

Ik ben in dubio.

Ik heb soortgelijke reizen naar Den Haag wel eens eerder gemaakt. Niet mijn favoriete hobby. Je zit dan tegen zo’n commissie aan te praten. Van de meeste leden weet je niet echt of ze luisteren. Ze zitten vooral op hun telefoon. Als je er wat van zegt, zijn ze verbaasd. “Er zijn ondertussen ook nog andere belangrijke zaken,” is het verweer.

Knap als je dat kunt, met meerdere belangrijke zaken tegelijk bezig zijn. Ik zal eerlijk zijn. Ik kan dat niet.  

Enfin, discriminatie op de arbeidsmarkt. Daar weet ik kennelijk iets van.

Ik vraag eens wat rond.

Een collega kiest een interessante invalshoek.  

De meeste werkgevers discrimineren niet willens en wetens. Ze hebben onbewuste vooroordelen en handelen daarnaar. Ze refereert aan de auditie van Susan Boyle, destijds bij Britain's Got Talent. Op basis van de verschijning van die dame begint iedereen - publiek en jury - met de ogen te rollen en te zuchten. Tot mevrouw Boyle begint te zingen. De zaal, jury incluis, is verbijsterd. De schijn bedroog.

Bij Open Hiring® zien we dat ook. Een gezicht vol tatoeages is misschien niet direct een ideale binnenkomer, maar zegt helemaal niets over iemands logistieke kwaliteiten.

Natuurlijk is er een minderheid van werkgevers die wel degelijk het Uitzendbureau expliciet laat weten dat mensen van bepaalde afkomst niet gewenst zijn. Maar laten we de energie vooral stoppen in de (her)opvoeding van personeelswervers. Ze leren dat schijn heel bedrieglijk kan zijn, als je je ervan bewust bent.

Ik stap in de trein naar Den Haag.

De coupe is leeg op één bankje na.

Een wat verwaarloosde man zit bij het raam met vier blikken bier op zijn tafeltje.

Ik ga zitten.

Je las een column van: