Shapol

Ik heb een afspraak met een vrouw die ik nog niet persoonlijk ken. Ze ontwerpt, produceert en verkoopt lingerie. We hebben afgesproken in het lommerrijke Driebergen.

Shapol is op haar hoede. Ze kent me niet. Haar huiswerk heeft ze gedaan. Via de zoekmachine is ze redelijk op de hoogte van wie ik ben en wat ik doe. Ik kleur een en ander voor haar in en leg uit dat ik onder de indruk ben van haar verhaal. Ik heb dat in de krant gelezen.

Shapol, geboren in Suleimaniya, het Koerdische deel van Irak, werd na haar studie hier uitverkoren door de overheid om als trainee aan de slag te gaan. Na een aantal jaren gooide ze het roer drastisch om. Ze werd onderneemster. Ze investeerde al haar spaargeld en startte een lingeriezaak. In haar geboortestad in Irak vanuit haar thuisbasis Utrecht. Ter plaatse zag ze de belabberde positie van vrouwen die gevlucht waren voor oorlogsgeweld. Vrouwen die niet in de VN-kampen wonen, maar bij kennissen en familie. Vrouwen waarvoor niemand iets doet. Die voor 300 dollar per maand schoonmaken bij rijke Irakezen. Ze startte ter plekke een naaiatelier en op de eerste oproep kwamen 450 vrouwen af.

Shapol spreekt rustig, zonder stemverheffing. Ze schetst een beeld van de situatie. Over de mannen die louter bezig zijn met macht en geld. Van een jonge vrouw die niet naar de naailes mocht. Haar vader vond dat ze daar alleen in het donker niet naar toe kon. Shapol legde vader persoonlijk uit dat dit een investering in haar toekomst was. Vader ging overstag.

Shapol heeft een droom. Naailes is mooi, maar aansluitend moet er werk komen. Ze wil een productiewerkplaats openen. De faciliteiten zijn er. Nu nog opdrachtgevers. Vooral nachtkleding voor Arabische vrouwen is een interessante markt.

Ik luister ademloos. Haar passie verweeft ze uiterst professioneel in nuchtere analyses. Ik scan in mijn hoofd alle namen af van mensen van wie ik denk dat ze iets voor haar kunnen betekenen.

“Mannen snappen niet wanneer een bh goed zit”, merkte ze ergens tijdens het gesprek op. Ik zal dat niet ontkennen. Maar, ik snap wel dat ik hier tegenover een jongedame zit die de wereld echt mooier maakt.

Ik moet door naar een volgende afspraak. Over ‘de financiering van alternatieve werkvormen.’

Ik wuif op de parkeerplaats naar Shapol die net vertrekt.

Ik was graag met haar meegegaan.

Je las een column van:
Algemeen directeur Start Foundation