Uit het dagboek van: X, Operationeel directeur Start Foundation

Donderdag 16 maart

Ik ben nog maar net begonnen met de analyse van de urenstaten of Anjo staat aan mijn bureau. “Ik denk dat we de liquiditeitsplanning toch moeten gaan wijzigen. De voorgenomen investering van acht ton in Multiples hadden we niet opgenomen in de jaarbegroting en nu moeten we toch in gesprek met onze vermogensbeheerder om meer liquiditeit achter de hand te houden.” Ik vraag haar of we dat vanmiddag even kunnen bespreken. “Zeker kan dat, maar dan wil ik ook gelijk even aandacht voor opmerkingen van de accountant. Die snapt maar niet dat wij niet volgens de regeltjes werken, maar vanuit wat we nodig vinden. Trouwens, dan kunnen we gelijk de conceptjaarrekening even doornemen.”

Ik buig me weer over de urenstaten als Marij een papier onder mijn neus schuift. Het gaat over een overeenkomst met iemand die een klus voor ons gaat doen. “Dit contract wil K. niet tekenen. Er staat iets in over het eigen risico en hij is van mening dat dit bij ons ligt. Hoe hebben jullie dat besproken?” Ik leg haar uit dat ik dat in de contractbespreking toch echt duidelijk heb gemaakt. Ik beloof hem te bellen.

Jos loopt binnen. Hij heeft weer een ‘briljant’ idee. Hij wil een groot winkelbedrijf stimuleren om een eigen beveiligingsbedrijf op te zetten. Hij wil hiervoor gedetineerden gaan opleiden. “Snap je, die gasten herkennen winkeldieven en pincodeafkijkers direct. En, ze zijn niet bang als iemand in de winkel boos wordt.”

Klein probleempje. Ze zitten nog allemaal vast, want het zijn immers bajesklanten. Ik vraag hem binnen welke van onze strategische lijnen hij dit vindt passen. Op weergaloze wijze ouwehoert hij net zo lang tot ik het snap en ofschoon ik in deze fase meer problemen dan oplossingen zie, geloof ik er wel in. “Ik agendeer het wel voor het directieoverleg van maandag”, antwoord ik.

Voordat hij de gang op loopt, vraagt hij of ik al naar de sollicitatiebrieven heb gekeken en of er iets tussen zat. Ik grom als een valse hond en vraag of hij op wil zouten. “Ik heb meer te doen en we gaan het er maandag pas over hebben.”

Ik kijk op mijn horloge. Nog twee uur en dan is de eerste interne kennissessie. Yvette en Ingeborg hebben onderwerpen ingebracht. Ze verwachten dat ik de boel ga leiden, maar ik heb gezegd: “Ik organiseer de boel, jullie trekken zelf de kar.”

Joost zit er ontspannen bij. Hij heeft een zogeheten opstapbaan bij ons en we hebben een voortgangsgesprek. Hij heeft zijn leerdoelen nu scherp in kaart gebracht. Als ik wat doorvraag, blijken er toch wat hick-ups te zijn. De collega’s van wie hij afhankelijk was, hebben onder het motto: ‘druk druk, druk’ niet de beloofde tijd voor hem vrijgemaakt. Ik leg hem uit dat ik ze niet ga aanspreken, maar dat hij hen zelf erop moet wijzen dat ze hun beloften na moeten komen.

Mijn mobiel trilt. Het is Paul. Hij stuurt als freelancer een van onze grotere projecten aan. Hij wil weten of er bij ons nog financiële ruimte zit om een extra stap te zetten. Ik leg hem uit dat Jos en ik afgesproken hebben dit niet te doen, dus dat hij maar wat extra druk op de andere financiers moet zetten.

Jos en ik gaan een vergadering in met een beoogd strategisch partner. Ik zie Jos na de eerste inleiding van kleur verschieten en geef hem een non-verbaal signaal om er niet direct met gestrekt been in te gaan. Jos heeft het begrepen en geeft kalm, maar beslist aan dat de beoogde partner zich veel te veel als een opdrachtnemer opstelt en niet als een beoogd samenwerkingspartner. Als de standpunten uitgewisseld zijn, spreek ik af dat ik samen met hen aan een nieuwe tekst zal werken. 

Na de kennissessie moet ik de auto in. We zitten dicht tegen een deal aan met een groot project in Den Bosch en ik moet ernaartoe om de puntjes op de i te zetten voordat we een definitief contract sluiten. Frits, de betrokken projectmanager van ons, die naast me zit, praat me ondertussen bij.   

Jos belt als we halverwege zijn. Of ik die bijeenkomst met gemeente A en genodigde bedrijven wil overnemen? Hij zit agenda-technisch klem. Als hij uitvoerig wil toelichten wat precies de bedoeling is, zeg ik dat we net een tunnel inrijden en verbreek de verbinding. Frits en ik liggen in een deuk.