Wachten

Toegegeven, ik ben het ongeduldige type. “Wat jij in je kop hebt, heb je niet in je kont”, zei mijn moeder vroeger al. Geen goeie eigenschap in dit vak. Zeker niet nu we onze aanpak veranderd hebben. We proberen nu nog veel meer zelf zaken in gang te zetten. Dan nog heb je anderen nodig. Over samenwerken bestaan prachtige clichés. ‘Alleen ben je sneller, maar samen kom je verder’, is zo’n tegeltjestekst. Klinkt mooi, is vast een waarheid als een koe, maar drijft me ook vaak tot wanhoop.

“Ik ben er klaar mee, Jos”, liet een medewerker me laatst weten. “We hebben knetter goeie ideeën, maar we moeten altijd maar weer wachten tot we verder kunnen. Ik ga iets anders zoeken.” Hij heeft gelijk. Tandenknarsend kijk ik terug op de week die achter me ligt.  

Het is crisis. We maken een plan dat een bijdrage kan leveren en tegelijkertijd mensen werk kan bieden. Ik stuur een sms naar haar persoonlijke nummer. De bewindsvrouw is ‘benaderbaar’ zoals dat heet. Ik wil even iets regelen. Er gebeurt niets. Via via hoor ik dat ze de toon te directief vond.

Hij zit in de top van een groot uitvoeringsorgaan waarvan ik de naam niet zal noemen. Een paar grote bedrijven willen een forse sprong maken. Grote aantallen werkzoekenden zouden hier gebruik van kunnen maken. Ik wil graag weten of ze meedoen. Helaas. Hij geeft niet thuis.

Ons gewaagde plan voor meer stageplekken kan niet fout gaan, nu de tekorten zo oplopen. De gemeente en onderwijsinstelling zwijgen als het graf. Ondertussen dwalen duizenden jongeren rond zonder de vereiste stageplekken.

De voorzitter van het grote adviesorgaan heeft veel bedenktijd nodig. Zo veel dat het evenement waarvoor ik haar vroeg, al bijna voorbij is. “Hoe groot het doelpubliek is?’, wordt gevraagd. 

De volgende keer als ik iemand bel, app of mail, ga ik me voordoen als een redactielid van Jinek of Op 1, neem ik me voor.   

Je las een blog van:
Algemeen directeur Start Foundation